Tuesday, August 19, 2014

Laten We een Architect zijn van Ons Eigen Fortuin.

Laten We een Architect zijn van Ons Eigen Fortuin.



Laten We een Architect zijn van Ons Eigen Fortuin




Een architect is een wonderbaarlijke en
zeer interessant beroep, krijgt een plattegrond  met de maten en
architectuur van het land en de wensen van de opdrachtgever.

Vul het dan allemaal maar in met een precisie van millimeters en verschillende verdiepingen of ingedeelde oppervlaktes.

Zo is het ook met ons leven, we hebben een bepaalde levensstijl
aangepast aan het fortuin of inkomen wat we hebben en als we daar van
afwijken komen er problemen.

“wie niet waagt, wie niet wint” klopt zeer zeker maar als we teveel
wagen kunnen we ook niet meer winnen en krijgen we geen tweede kans om
iets opnieuw te proberen.

Een overschrijding van ons budget zal alle verdere kansen ontnemen als
het verkeerd gaat en zijn we alles wat we al hadden of was opgebouwd
misschien kwijt.

Daarom is een goede analyse erg verstandig en als we dat in handen geven
van een ander kan er een mogelijkheid ontstaan doordat het geen eigen
financiën zijn dat het verkeerd gaat door roekeloosheid of
prestatiedrang door dingen te forceren.

Vertrouwen is goed controle is beter dus de eindbeslissing word aangeraden om altijd zelf te doen of in overleg.

Hard werken is de ouder van ons succes, ons leven moet niet te veel afhankelijk van anderen zijn.

Daardoor kunnen we het toezicht op het geheel verliezen en als dat
gebeurd is het al te laat en kunnen we onze verantwoordelijkheid niet
meer garanderen en dat is een verlies.

Alles wat er verkeerd gaat door anderen in ons leven doordat wij ze
vertrouwden en onze verantwoordelijkheden aan hun hebben overgedragen
blijven wij nog steeds de eindverantwoordelijke van het.

Dus de beslissingen die werden genomen worden niet verweten aan anderen
maar aan de persoon die daar de eindverantwoording voor heeft.

Wees verstandig en blijf altijd de architect van ons fortuin.



Het allerbeste toegewenst en een goede gezondheid.

Auteur Jan Jansen